Eigenwoningschuld bij Boedelmenging

De wetgever heeft uitdrukkelijk geregeld dat bij een boedelmenging krachtens huwelijk waarbij er sprake is van een eigen woning met een lopend aflossingsschema van een eigenwoningschuld (art. 3.119c lid 9 Wet IB 2001) en een lopende dertigsjaarstermijn inclusief recht op overgangsrecht (art. 10bis.1 lid 7 Wet IB 2001) voor de helft gaat op de huwelijkse partner.

In andere situaties van boedelmenging krachtens huwelijk waarbij er dus géén sprake is van een lopend aflossingsschema en er géén sprake is van een lopende dertigjaarstermijn inclusief overgangsrecht (omdat er actueel geen sprake is van een eigen woning) heeft de wetgever niet geregeld dat sprake is van een overgang van een (onderdeel van het) eigenwoningverleden.

Trouwen met een partner met een eigenwoningverleden in algehele gemeenschap zonder dat er sprake is van een eigen woning en dus ook geen lopende eigenwoningschuld, leidt daarom niet tot een overgang voor de helft van de eigenwoning verleden van die partner vanwege het huwelijk.

Ik heb deze informatie (van de fiscaal specialist bij de belastingdienst) ontvangen en ook 2 keer gelezen!

Dit staat haaks op de huidige literatuur en informatie die u wellicht heeft ontvangt van uw opleidingsinstituten. Ik heb een bomen dik boekwerk liggen waar studenten op academisch niveau naar verwijzen in hun proefschriften.

Dit alles laat zich misschien wel uitleggen middels onderstaande informatie met meerkeuzevraag, plus toelichtingen.

Hoe moeten M en V hun EWS verleden vaststellen indien zij in 2019 trouwen in algemene gemeenschap van goederen?

Casus:

·     M heeft een woning gekocht in 2001 voor €180.000

·     M had een aflossingsvrije hypotheek van €180.000

·     M heeft in 2011 de woning verkocht.

·     M heeft van 2011 tot en met 2018 in een huurwoning gewoond

·     Mark (M) trekt begin 2019 in bij Veronique (V) die een koopwoning heeft.

 

M en V trouwen een maand later in algemene gemeenschap van goederen

·     V heeft een woning gekocht in 2013 voor €170.000

·     V heeft een annuïteitenhypotheek genomen van €170.000

·     V en M verkopen de woning in 2019 voor €170.000

·     V en M hebben in 2019 (bij verkoop van de woning) nog een annuïteitenhypotheek van €140.000

·     V en M hebben samen een EWR van €30.000

·     M en V kopen in 2019 een nieuwe woning voor €500.000

Financieringsopzet

 

Samen

M

V

Koopsom

€500.000

€500.000

€500.000

EWR

€30.000

€15.000

€15.000

Totaal

€470.000

€235.000

€235.000

·     M en V nemen een annuïteitenhypotheek van €140.000 met een looptijd van 24 jaar.

·     Een annuïteitenhypotheek van €180.000 met een looptijd van 30 jaar.

·     En een annuïteitenhypotheek van €150.000 met een looptijd van 30 jaar. Totaal €470.000

Eerst de uitwerking volgens het goedkeurend besluit:

·       M heeft een NEWS van €70.000 met een looptijd  renteaftrek van 24 jaar

·       M heeft een NEWS van €90.000 met een looptijd 30 jaar en renteaftrek van 20 jaar

·       M heeft een NEWS van €75.000 met een looptijd en renteaftrek van 30 jaar

·       V heeft een NEWS van €70.000 met een looptijd en renteaftrek van 24 jaar

·       V heeft een NEWS van €90.000 met een looptijd 30 jaar en renteaftrek van 20 jaar

·       V heeft een NEWS van €75.000 met een looptijd en renteaftrek van 30 jaar

Goedkeurend Besluit

Gezamenlijk

lpt

prra

M

lpt

prra

V

Verwerving

€500.000

 

 

€250.000

 

 

€250.000

Eigenwoningreserve

€30.000

 

 

€ 15.000

 

 

€ 15.000

Maximale EWS

€470.000

 

 

€235.000

 

 

€235.000

Eigen middelen 

€30.000

 

 

€ 15.000

 

 

€ 15.000

Annuïtaire lening

24

 

€140.000

24

24

€ 70.000

24

24

€ 70.000

Annuïtaire lening

30

 

€180.000

30

20

€ 90.000

30

20

€ 90.000

Annuïtaire lening

30

 

€150.000

30

30

€ 75.000

30

30

€ 75.000

Hieronder een uitwerking indien M en V geen gebruik maken van het Goedkeurend besluit.

·     M en V nemen een annuïteitenhypotheek van €140.000 met een looptijd van 24 jaar.

·     Een annuïteitenhypotheek €330.000 met een looptijd van 30 jaar.

De Wettelijke regeling I

·       M heeft een NEWS van €165.000 met een looptijd van 30 jaar en renteaftrek van 20 jaar

·       M heeft een NEWS van €15.000 met een looptijd van 24 jaar ( looptijd mag maximaal 30 jaar) en renteaftrek van 20 jaar

·       M heeft een NEWS van €55.000 met een looptijd en renteaftrek van 24 jaar

·       M heeft nog een AFLS van €15.000 met een looptijd en renteaftrek van 24 jaar

·       V heeft een NEWS van €70.000 met een looptijd en renteaftrek van 24 jaar

·       V heeft een NEWS van €165.000 met een looptijd en renteaftrek van 30 jaar

Wettelijke regeling I

Gezamenlijk

lpt

prra

M

lpt

prra

V

Verwerving

€500.000

 

 

 

 

 

 

Eigenwoningreserve

€30.000

 

 

 

 

 

 

Maximale EWS

€470.000

 

 

 

 

 

 

Eigen middelen 

€30.000

 

 

 

 

 

 

Annuïtaire lening

24

 

€140.000

24

24

€ 55.000

24

24

€ 70.000

 

 

 

 

30

20

€ 15.000

 

 

 

Annuïtaire lening

30

 

€330.000

30

20

€155.000

30

30

€165.000

 

Overzicht Adviseur C – let goed op!

·     M en V nemen een annuïteitenhypotheek van €140.000 met een looptijd van 24 jaar.

·     Een annuïteitenhypotheek €330.000 met een looptijd van 30 jaar.

Wettelijke Regeling II

·       M heeft een NEWS van €70.000 met een looptijd van 24 jaar en renteaftrek van 20 jaar

·       M heeft een NEWS van €110.000 met een looptijd van 30 jaar en renteaftrek van 20 jaar

·       M heeft een NEWS van €55.000 met een looptijd 30 jaar en renteaftrek van 24 jaar

·       M heeft een AFLS van €15.000 met een renteaftrek van 24 jaar

V heeft een NEWS van €70.000 met een looptijd en renteaftrek van 24 jaar

V heeft een NEWS van €165.000 met een looptijd en renteaftrek van 30 jaar

 

Wettelijke  regeling II

Gezamenlijk

lpt

prra

M

lpt

prra

V

Verwerving

€500.000

 

 

 

 

 

 

Eigenwoningreserve

€30.000

 

 

 

 

 

 

Maximale EWS

€470.000

 

 

 

 

 

 

Eigen middelen 

€30.000

 

 

 

 

 

 

Annuïtaire lening

24

 

€140.000

24

20

€ 70.000

24

24

€ 70.000

Annuïtaire lening

30

 

€330.000

30

20

€110.000

30

30

€165.000

 

 

 

 

30

24

€55.000

 

 

 

Aflosstand

 

 

 

 

24

€15.000

 

 

 

We moeten dan wel een Nieuw wetsartikel aanmaken!

Bijvoorbeeld artikel 3.119d, lid 5, Wet IB 2001.

Door samenloop eigenwoningschuld verleden moet M in de toekomst rekening houden met een renteaftrek van 24 jaar bij zowel een eigenwoningschuld die valt onder het huidige recht als onder het bestaande recht.

 

Uitleg van Financieel Adviseur  C 

·     M heeft een NEWS van € 70.000 met een looptijd van 24 jaar en renteaftrek van 20 jaar (kortste resterende termijn gaat voor) en een

·     NEWS van € 165.000 met een looptijd van 30 jaar waarvan € 110.000 (€180.000 -/- €70.000) een renteaftrek van 20 jaar en € 55.000 een renteaftrek van 24 jaar.

·     V heeft een NEWS van € 70.000 met een looptijd van 24 jaar en een renteaftrek 24 jaar en een

·     NEWS van € 165.000 met een looptijd van 30 jaar en renteaftrek van 30 jaar.

Het voorhuwelijkse renteaftrek verleden gaat niet over op de partner maar heeft wel invloed op de renteaftrek van M. Alleen de lopende 30 jaarstermijn gaat over op de partner (art. 3.119c lid 9 Wet IB 2001).

“Hier is duidelijk dat het toepassen van de kortste resterende looptijd slecht een rekengrootheid is die los staat van de verdeling bestaande eigenwoningschuld en nieuwe eigenwoningschuld.”

 

Vraag:

Is de uitwerking volgens de wettelijke regeling I correct?

A: Dit is correct = de adviespraktijk doet dit verkeerd vanaf 2004!

B: Dit is niet correct = gelijk aan het voorbeeld bij het goedkeurend besluit

C: Adviseurs C heeft gelijk. De Wettelijke Regeling II

D: Dit is niet correct omdat …..

 

Extra Uitleg:

Het voor huwelijks eigenwoningschuld verleden gaat o.b.v. de wettelijke regeling niet over. Wel de bedoeling van de wetgever maar helaas onvoldoende duidelijk in de Wet. M.i. vergelijkbaar aan de werking en uitleg in de kamerbrief van 14 april 2017 inzake de werking van de eigenwoningreserve!

Vergelijk maar de betreffende wetsartikelen [1].

Het aflossingsschema gaat m.i. wel over rekening houdend in de nieuwe situatie met het individuele eigenwoningschuld verleden. Zie wetsartikelen hieronder! (even puzzelen)

 

De samenloop van een BEWS – NEWS – OEWS is m.i. onvoldoende geregeld in de wetgeving IB 2001.

Als je de wet feitelijk toepast heeft adviseur C wellicht gelijk. Zie ook onderstaande wetsartikel [2] en puzzel even mee met onderstaande wetsartikelen.

 

 

 

Ik ga naar aanleiding van een ander inzicht mee met antwoord A. 

 

Er zijn hier vragen over gesteld en de kwestie staat op de agenda van de eerste vergadering van de vaste Kamercommissie van het Ministerie van Financiën. Even afwachten of zij dit in behandeling willen nemen.

 

 

Update:  de staatsecretaris heeft antwoordt gegeven! Adviseurs C had grotendeels  gelijk! Antwoord A is m.i. het juiste antwoord. Ook de samenloop OEWS-BEWS en NEWS is m.i. voldoende geregeld in de Wet IB 2001. 

 

Binnenkort schrijf ik hier nog een artikel over. 

 

 

 

Voetnoten:

 

[1] Artikel 3.119aa. lid 6, Wet IB 2001 (eigenwoningreserve)

De eigenwoningreserve wordt aan elk van de partners toegerekend naar rato van hun gerechtigdheid tot de huwelijksgemeenschap. Bij het overlijden van een belastingplichtige die een partner heeft, gaat de eigenwoningreserve van de overledene over op de langstlevende partner.

 

Artikel 3.119d lid 4 Wet IB 2001 (aflossingsstand)

De aflossingsstand komt aan elk van de partners toe naar rato van hun gerechtigdheid tot de huwelijksgemeenschap. Bij het overlijden van een van de partners gaat de aflossingsstand van de overledene over op de langstlevende partner.

 

[2] Artikel 3 – 3.119c Wet IB 2001

Voor zover een of meerdere schulden die behoorden tot de eigenwoningschuld laatstelijk hebben bestaan en voor een bedrag overeenstemmend met of lager dan de laatste omvang van die schuld, onderscheidenlijk schulden, een of meer nieuwe schulden als bedoeld in artikel 3.119a, eerste lid, worden aangegaan, wordt de formule in het eerste lid per schuld als volgt toegepast:

1.     onder B0 wordt verstaan: de laatste omvang van de voorgaande schuld, dan wel indien het bedrag van de nieuwe schuld lager is, dit lagere bedrag;

2.     onder im wordt verstaan: de maandelijkse rentevoet op het moment van aangaan van de nieuwe schuld;

3.     onder x wordt verstaan: het aantal verstreken gehele kalendermaanden van de looptijd vanaf het moment direct voorafgaand aan het aangaan van de nieuwe schuld, en

4.     onder n wordt verstaan: de nog resterende maximale looptijd van de oorspronkelijke maximale looptijd van 360 maanden van de voorgaande schuld in maanden op het laatste moment dat deze schuld bestond. 

Artikel 4 – 3.119c Wet IB 2001 

Het derde lid vindt geen toepassing voor zover de in dat lid bedoelde schuld of schulden die laatstelijk hebben bestaan: 

1.     behoorden tot de bestaande eigenwoningschuld, bedoeld in artikel 10bis.1, eerste lid, of 

2.     in de jaren 2001 tot en met 2012 behoorden tot de eigenwoningschuld. 

Artikel 5 – 3.119c Wet IB 2001 

Indien bij de toepassing van het derde lid meerdere schulden laatstelijk hebben bestaan waarvan de resterende maximale looptijd verschilt en voor een bedrag lager dan de gezamenlijke omvang van die schulden een of meerdere nieuwe schulden als bedoeld in artikel 3.119a, eerste lid, worden aangegaan, wordt voor de toepassing van het derde lid van die meerdere schulden die laatstelijk hebben bestaan eerst de schuld met de kortste resterende maximale looptijd in aanmerking genomen. 

1.     onder B0 wordt verstaan: de laatste omvang van de voorgaande schuld, dan wel indien het bedrag van de nieuwe schuld lager is, dit lagere bedrag; 

2.     onder im wordt verstaan: de maandelijkse rentevoet op het moment van aangaan van de nieuwe schuld; 

3.     onder x wordt verstaan: het aantal verstreken gehele kalendermaanden van de looptijd vanaf het moment direct voorafgaand aan het aangaan van de nieuwe schuld, en 

4.     onder n wordt verstaan: de nog resterende maximale looptijd van de oorspronkelijke maximale looptijd van 360 maanden van de voorgaande schuld in maanden op het laatste moment dat deze schuld bestond 

Deel dit artikel

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email

Laaste nieuwsberichten

Cursus Pe SEH 2019

 Onze cursus Berekeningen Eigenwoningschuld op 8 februari, 27 en 29 maart waren zeer geslaagd. Er komt hier een vervolg op in de maanden september, oktober, november

Lees verder »

Antwoord Staatssecretaris

Eigenwoningschuld verleden gaat bij Boedelmenging niet volledig over! Den Haag, 6 juni 2019 Verzoek vaste commissie voor Financiën om reactie  op vraag J.J. K. te V. inzake

Lees verder »

Eigenwoningschuld bij Boedelmenging

De wetgever heeft uitdrukkelijk geregeld dat bij een boedelmenging krachtens huwelijk waarbij er sprake is van een eigen woning met een lopend aflossingsschema van een eigenwoningschuld (art.

Lees verder »

Onderzoek Eigenwoningschuld

In oktober 2018 ben ik benaderd door financieel adviseur en schrijver IEX Jos Koets. Hij heeft aan mij en aan een aantal andere “eigenwoning specialisten”

Lees verder »
Nieuws Archief
× Contact
Scroll naar top