traffic-sign-6628_1920

Kortste looptijd eigenwoningschuld

Naar aanleiding van een zeer recente uitspraak van de staatsecretaris en een eerdere vraag Hoe moeten M en V hun EWS-verleden berekenen indien zij in 2019 trouwen in algemene gemeenschap van goederen?” Ben ik tot de volgende conclusie gekomen hoe ik de eigenwoningschuld volgens de wet moet berekenen bij samenloop van een bestaande (oude) en nieuwe eigenwoningschuld. 

Casus:

M heeft een woning gekocht in 2001 voor €180.000 

M had een aflossingsvrije hypotheek van €180.000 

M heeft in 2011 de woning verkocht.

M heeft van 2011 tot 2018 in een huurwoning gewoond

Mark (M) trekt begin 2019 in bij Veronique (V) die een koopwoning heeft.

M en V trouwen een maand later in algemene gemeenschap van goederen

V heeft een woning gekocht in 2013 voor €170.000 

V heeft een annuïteitenhypotheek genomen van €170.000

V en M verkopen de woning in 2019 voor €170.000 

V en M hebben in 2019 (bij verkoop van de woning) nog een annuïteitenhypotheek van €140.000 

V en M hebben samen een EWR van €30.000 

M en V kopen in 2019 een nieuwe woning voor €500.000

 

 Financieringsopzet

 

Samen

M

V

Koopsom

€500.000

€250.000

€250.000

EWR

€30.000

€15.000

€15.000

Totaal

€470.000

€235.000

€235.000

·     M en V nemen een annuïteitenhypotheek van €140.000 met een looptijd van 24 jaar.

·     Een annuïteitenhypotheek €330.000 met een looptijd van 30 jaar

Uitwerking volgens de Wettelijke Regeling 

·       M heeft een NEWS van €165.000 met een looptijd van 30 jaar en renteaftrek van 20 jaar

·       M heeft een NEWS van €15.000 met een looptijd van 24 jaar ( looptijd mag maximaal 30 jaar) en renteaftrek van 20 jaar

·       M heeft een NEWS van €55.000 met een looptijd en renteaftrek van 24 jaar

·       M heeft nog een AFLS van €15.000 met een looptijd en renteaftrek van 24 jaar

·       V heeft een NEWS van €70.000 met een looptijd en renteaftrek van 24 jaar

·       V heeft een NEWS van €165.000 met een looptijd en renteaftrek van 30 jaar

 

Wettelijke regeling I

Gezamenlijk

lpt

prra

M

lpt

prra

V

Verwerving

€500.000

 

 

 

 

 

 

Eigenwoningreserve

€30.000

 

 

 

 

 

 

Maximale EWS

€470.000

 

 

 

 

 

 

Eigen middelen 

€30.000

 

 

 

 

 

 

Annuïtaire lening

24

 

€140.000

24

24

€ 55.000

24

24

€ 70.000

 

 

 

 

30

20

€ 15.000

 

 

 

Annuïtaire lening

30

 

€330.000

30

20

€165.000

30

30

€165.000

 

Uitleg:

Het lopende aflossingsschema van V gaat door een huwelijk in algehele gemeenschap van goederen wettelijk over o.b.v. [1] artikel 3.119c, negende lid, Wet IB 2001). Het renteaftrekverleden van M (2001-2012) is geen civielrechtelijk begrip maar een fiscaal begrip en gaat alleen (in casus NIET) over op partner M. indien de wetgever dit aangeeft. De staatsecretaris “Als de fiscale wetgever wil dat een boedelmenging krachtens huwelijk ook fiscale gevolgen heeft voor het renteaftrekverleden, dan moet dat expliciet geregeld worden in de wet.” 

 

Individueel Fiscaal overzicht Eigenwoningschuld na aankoop

 

Mark

      NEWS van €180.000 met een looptijd van 30 jaar een renteaftrek van 20 jaar

      NEWS van €  55.000 met een looptijd en renteaftrek van 24 jaar

      AFLS van € 15.000 met een looptijd en een renteaftrek van 24 jaar

 

Veronique

      NEWS van €  55.000 met een looptijd en renteaftrek van 24 jaar

      NEWS van €165.000 met een looptijd en renteaftrek van 30 jaar

 

Artikel 3.119a, zevende lid [2] van de Wet IB 2001 schrijft dwingend voor dat bij een meerdere schulden met verschillende looptijden eerst de kortste resterende looptijd moet worden toegepast wanneer weer opnieuw een eigenwoningschuld wordt aangegaan om te bepalen hoelang nog recht bestaat op renteaftrek over de schuld. Dit gebeurt door [3] artikel 3.119c, vijfde lid, Wet IB 2001 van overeenkomstige toepassing te verklaren. Vanwege een renteaftrek verleden kan de termijn van renteaftrek en de aflossingstermijn uiteen gaan lopen. Wettelijk is dit geregeld in [2] artikel 3.119a, lid 7 Web IB 2001 in combinatie met [4] artikel 3.119c, lid 4 Wet IB 2001. In artikel 3.119c, lid 4 Wet IB 2001 is namelijk een versoepeling van de aflossingseis opgenomen. Die versoepeling houdt in dat de periode van renteaftrek voor eigenwoningschuld die onder oud recht hebben bestaan dan wel onder het overgangsrecht vielen, niet meetelt voor de termijn van 360 maanden waarin een een eigenwoningschuld moeten worden afgelost. 

Leg het u graag uit tijdens de cursus Pe SEH 2019 Berekeningen Eigenwoningschuld

Voetnoten:

[1] Artikel 3.119c. lid 9 Wet IB 2001: Voor zover krachtens boedelmenging door voltrekking van een huwelijk, krachtens wijziging van huwelijkse voorwaarden of krachtens erfrecht een tot de eigenwoningschuld behorende schuld van een van de partners overgaat op de andere partner gaat ook het aflossingsschema over op die andere partner.

 

[2] Artikel 3.119aa. lid 7 Wet IB 2001:Voor de toepassing van het zesde lid, onderdeel e, wordt de verstreken looptijd van een schuld vermeerderd met de verstreken looptijd van eerdere schulden van de belastingplichtige die behoorden tot de bestaande eigenwoningschuld, bedoeld in artikel 10bis.1, eerste lid, of die behoorden tot de eigenwoningschuld in de periode van 2001 tot en met 2012. Voor de schulden, bedoeld in de eerste volzin, wordt als verstreken looptijd beschouwd het voor die schulden voor de aftrek van rente geldende deel van de periode van 30 jaar dat is verstreken, naar beneden afgerond op hele kalendermaanden. Artikel 3.119c, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

[3] Artikel 3.119c. lid 5 Wet IB 2001Indien bij de toepassing van het derde lid meerdere schulden laatstelijk hebben bestaan waarvan de resterende maximale looptijd verschilt en voor een bedrag lager dan de gezamenlijke omvang van die schulden een of meerdere nieuwe schulden als bedoeld in artikel 3.119a, eerste lid, worden aangegaan, wordt voor de toepassing van het derde lid van die meerdere schulden die laatstelijk hebben bestaan eerst de schuld met de kortste resterende maximale looptijd in aanmerking genomen.

[4] Artikel 3.119c. lid 4 Wet IB 2001Het derde lid vindt geen toepassing voor zover de in dat lid bedoelde schuld of schulden die laatstelijk hebben bestaan:

a. behoorden tot de bestaande eigenwoningschuld, bedoeld in artikel 10bis.1, eerste lid, of

b. in de jaren 2001 tot en met 2012 behoorden tot de eigenwoningschuld.

 

 

Deel dit artikel

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email

Laaste nieuwsberichten

RB-Special Prinsjesdag 2019

Evenals voorgaande jaren stelt het RB ook dit jaar weer de Prinsjesdagspecial gratis beschikbaar. De Prinsjesdagspecial  woensdag 18 september plaats ik aan het einde van de

Lees verder »

Eigen woning naar Box 3

Meer welvaart op woningmarkt door afbouw subsidies Door afbouw van subsidies is de welvaart op de woningmarkt toegenomen. Dit houdt in dat de woonvoorkeuren van

Lees verder »

Cursus Pe SEH 2019

Onze cursus Goedkeurend Besluit op 8 februari, 27 en 29 maart waren zeer geslaagd. Er komt hier een vervolg op in de maanden september, oktober, november

Lees verder »

Antwoord Staatssecretaris

Eigenwoningschuld verleden gaat bij Boedelmenging niet volledig over! Den Haag, 6 juni 2019 Verzoek vaste commissie voor Financiën om reactie  op vraag J.J. K. te V. inzake

Lees verder »
Nieuws Archief
× Contact
Scroll naar top